Het principe is simpel; Om in de Alblasserwaard droge voeten te kunnen houden wordt het water in stappen via sloten, kanalen en vaarten afgevoerd en omhoog gepompt naar een reservoir waarna het water in de rivier geloosd wordt.
Omdat een enkele molen het water, met behulp van een scheprad, maar 1.50 meter hoog kon pompen werden er diverse molens achter elkaar gezet, dit wordt een molengang genoemd. De molens verplaatsen het water uit de Alblasserwaard in twee trappen;
Eerst wordt het water van een lage boezem (het polderniveau) naar een hoge boezem gepompt die door de gehele Alblasserwaard loopt, dit zijn de Alblas en de Groote- of achterwaterschap.
Bij de tweede trap wordt het water bij het plaatsje Kinderdijk naar een reservoir gepompt. Hiervandaan wordt het water via sluizen in de rivier gelaten als het water het hoogste punt bijna nadert.


















