Met de bouw van de toren werd begonnen in het begin van de 14de eeuw. Ruim honderd jaar later, rond 1450, was het werk gevorderd tot de omloop. Maar toen sloeg het noodlot toe. Bij de grote stadsbrand in 1457 werden kerk en toren zwaar gehavend.
De herbouw gaf de kans om de plannen te herzien. De toren zou een achtkantige bekroning van natuursteen krijgen en maar liefst 108 meter hoog worden. De toren begon in die tijd al te verzakken en vervaarlijk over te hellen. Een bijna 50 meter hoge torenspits zou desastreus kunnen zijn, daar werd dan ook van afgezien. Er bestonden plannen om de toren af te breken en de kerk te vergroten. De vrijstaande westingang van de toren herinnert daar nog aan.
Uiteindelijk werden in 1626 de vier kolossale wijzerborden aangebracht, die tot op vandaag het silhouet van 'de Dordtse Dom' bepalen. De uiteindelijke hoogte van de toren werd daardoor 65 meter. (Vanaf onderkant fundering 72 m).
Ter hoogte van de torentrans bevindt zich het uurwerk, in 1624 vervaardigd door de Dordtenaar Jan Janszoon. Het heeft twee slagwerken en een gangwerk. Het carillon van de toren behoort, na een uitbreiding in 1999, met zijn 67 klokken en zijn 52.000 kilo tot de grootste in Europa. De zware basklok van 9830 kilo is de zwaarste klok van Nederland.



















